Gymnastics of the mind

Residencies

  • 28.06 > 04.07.2021


1. How a book can be a sta­ge
In onze­ke­re tij­den waar­in live optre­den nog een ver voor­uit­zicht lijkt, zoekt dan­ser en cho­re­o­graaf Femke Gyselinck haar toe­vlucht tot een ander, twee­di­men­si­o­naal medi­um : ze maakt het boek tot haar podi­um. Een boek func­ti­o­neert ech­ter anders dan een podi­um. Welke ver­taal­slag is nodig als je bewe­ging te boek zou wil­len stel­len ? Indien dans een vorm van taal is, hoe kun­nen de bouw­ste­nen er uit­zien ? Vertrekkend van­uit deze vra­gen ont­wik­kelt ze een dansal­fa­bet met het papie­ren blad als de te cho­re­o­gra­fe­ren ruim­te. De tijd die de lezer neemt om door het boek te bla­de­ren, bepaalt de duur van de voor­stel­ling”.

In het onder­zoeks­pro­ject Gymnastics of the Mind ver­beeldt Femke in een foto­gra­fi­sche reeks haar dan­san­te ont­le­ding van het alfa­bet. De poses zoe­ken een even­wicht tus­sen gesti­leer­de bewe­ging en ach­te­loos­heid. Hoe kan een bewe­gend lichaam fysie­ke zeg­gings­kracht vin­den en gestal­te geven aan de bouw­ste­nen van taal ? Het begin­punt is het alfa­bet, een ver­za­me­ling let­ters, van waar­uit Femke de span­ning tus­sen de con­creet­heid van het uit­beel­den laat over­hel­len naar het abstrac­te van lou­ter licha­me­lijk­heid. Beweging ver­ta­len naar het twee­di­men­si­o­na­le blad lijkt per defi­ni­tie para­doxaal. Om deze tegen­stel­ling te tac­ke­len wordt in func­tie van de publi­ca­tie een inter­dis­ci­pli­nai­re dia­loog aan­ge­gaan. Filmmaker Robbrecht Desmet begeeft zich met de foto­gra­fi­sche weer­ga­ve van de geba­ren en gedaan­tes in het span­nings­veld tus­sen bewe­ging en pose. In de pre­sen­ta­tie als sequen­tie wordt die rela­tie gecon­cre­ti­seerd : het beeld zet vast, de vari­a­tie ritmeert.

2. How a book can be trans­for­med by the sta­ge
Na de publi­ca­tie van het dansal­fa­bet wil Femke Gyselinck dit alfa­bet, een ver­za­me­ling bouw­ste­nen, als start­punt nemen voor haar vol­gen­de podi­um­cre­a­tie met dan­sers Sue Yeon Youn en Luka Švajda.
Hoe plooi je het in een boek­for­maat beland bewe­gings­on­der­zoek terug open in de vorm van een live per­for­man­ce ? De eclec­ti­sche com­po­nis­te en muzi­kan­te Liesa Van der Aa wordt uit­ge­no­digd om deze ruim­te­lij­ke ver­ta­ling ook muzi­kaal een stem te geven.

De beeld­taal van het dansa­be­ce­da­ri­um ont­wik­kelt zich tot een cho­re­o­gra­fie die zich begeeft tus­sen abstrac­tie en uit­beel­ding, iden­ti­teit en alte­ri­teit. Drie dan­sers voe­ren de cho­re­o­gra­fie uit met drie ver­schil­len­de accen­ten, als een dia­lect’ van dezelf­de vor­men­taal. Liesa van der Aa ver­taalt deze cho­re­o­gra­fie naar een gra­fi­sche par­ti­tuur : elke vari­a­tie en inten­si­teit in de dans wordt hoor­baar in haar muziek en stem­ge­bruik. De bewe­gings­taal evo­lu­eert van vor­me­lij­ke abstrac­tie naar exta­se en reso­neert met de par­ti­tuur die langs de gren­zen van klas­sie­ke strij­kers en heden­daag­se pop­mu­ziek beweegt.

De voor­stel­ling daagt het idee uit van com­po­ne­rend cho­re­o­gra­fe­ren en weder­zijd­se artis­tie­ke afhan­ke­lijk­heid om elkaars taal aan den lij­ve te onder­vin­den. Deze inten­se uit­wis­se­ling tus­sen cho­re­o­gra­fie en muzi­ka­le com­po­si­tie cul­mi­neert in een feed­bac­k­loop met onvoor­spel­ba­re resultaten